Vanaf het allereerste prille begin, doen we er als ouders alles aan om een goede band te hebben met onze kinderen.
Een goede vader of moeder zijn, is voor ouders iets wat ze het allerliefste goed willen doen. Soms ligt dat niet in hun vermogen, maar daar gaat deze blog even niet over. Deze blog gaat over al die ouders die alles doen voor hun kinderen, er altijd voor ze proberen te zijn en altijd maar hun best doen om die goede band met hun kinderen te hebben. Ze doen hun best in het huwelijk, want dat is immers de fundering van het gezin. Ze maken hun huis gezellig, opdat het gezin zich daarin thuis kan voelen. Ze werken hard zodat er meer dan alleen droog brood op de plank is.
Ze hopen dat alles wat ze doen ertoe leidt, dat ze een goede band met hun kinderen hebben.
Maar des te meer ze daar hun best voor doen… des te knellender wordt de band. Er ontstaan ongemerkt verwachtingen, die leiden tot zeer pijnlijke teleurstellingen. Ergens gaat die schoen wringen. Het woord band zegt het al, het legt een band ergens omheen. Het is begrensd.
Een goede band met je kinderen willen hebben lijkt een heel liefdevol en nobel iets. En toch is het (vaak zonder dat we dat we ons daar bewust van zijn) iets van het mensstuk. Het is een illusie van het mensstuk die we -zolang we hem nog niet kunnen doorzien- blijven geloven en ons best voor blijven doen. Maar hij is niet onvoorwaardelijk. Hij is begrensd.
Als je bekend bent met je ziel, je bewustzijn, dan kun je daarin ervaren dat een goede band met je kind hebben, geen waarde is die daarin voorkomt. In die ruimte, die leegte die we daarin zijn, zijn er geen ouders en geen kinderen, en dus ook geen goede of slechte band met elkaar. We zijn daar alleen maar die energie, die spirit. Een waarde die daar wel is, is vrijheid. Vrij zijn. Vanuit die vrijheid mag alles en iedereen helemaal zijn. (Zoals die is). Dat is onvoorwaardelijke liefde. Dat alles en iedereen helemaal mag zijn. (Zoals die is).
Is dat niet wat we allemaal het allerliefste willen, dat we helemaal mogen zijn. (Zoals we zijn.) Die onvoorwaardelijke liefde is vrij en onbegrensd. Die knelt niet, maar geeft in alle vrijheid ruimte. Vanuit die vrijheid en ruimte kan er iets veel mooiers gaan stromen en ontstaan dan ‘een goede band met elkaar’. Iets wat veel echter en oprechter is. Je kunt elkaar echt gaan zien, zonder alle kaders en rollen eromheen. Je kunt ten diepste samensmelten van ziel tot ziel.
Maar dat kan alleen ontstaan vanuit de gelijkwaardigheid die in die onvoorwaardelijke liefde aanwezig is. En de oordeelloosheid. Verwachtingloosheid.
Vanuit die onvoorwaardelijke liefde kennen we ook de universele liefde. Waarin het ‘al wat is’ houdt van het al wat is. Of zoals Denise Huibers ooit zo mooi tegen me zei: “ vanuit die universele liefde houden we niet meer van ons eigen kind, dan van een zelfgekweekte tomaat”. Daarin houden we van alles en iedereen evenveel.
Hoe komen we daar? Door het steeds weer echt te ervaren, vanuit zitten in het bewustzijn. Dat lost, stukje voor stukje, alle illusies op.